Ik ben Koen.
  Mijn mama en mijn papa
  zien soms dingen die er niet zijn.
  Zij zitten nu in een soort ziekenhuis.

  Daarom woon ik in een pleeggezin.

    Ik ben Siri.
Ik ben met mijn mama
van Afrika naar hier gekomen.
Mijn mama kan nu niet voor me zorgen.
Ze moet eerst dingen in orde brengen
om in Belgiƫ te kunnen blijven.
Daarom ging ik naar een pleeggezin
Dat is een andere familie die voor me zal zorgen.
Mijn mama en mijn papa blijven wel   mijn mama en mijn papa.  Ik mag ze ook nog zien.
 

     Mijn mama dronk veel.
    Ze kon vaak niet voor me zorgen.
    Ze kon me ook niet helpen
    met mijn huiswerk.

    Soms wil ik naar huis,      
    maar het moet eerst beter gaan

    met mijn mama.
    Ik weet niet hoe lang dat nog duurt
    Mijn begeleidster weet het ook niet.
    Gelukkig mag ik mijn mama bezoeken.